Cuanto Cuesta

Archive for the ‘Suriname’ Category

Suriname

donderdag, februari 28th, 2008

We stonden dus in Frans-Guyana op de bus te wachten. Al na twee uur was ‘ie vol en vertrokken we richting Suriname. Aangezien de wegen ook frans zijn reden we soepeltjes naar de grens. In tegenstelling tot de meeste grensovergangen (hokjes, poortjes, douanebeambten, strepen op de weg, pionnen, stempels, slagbomen en ga zo maar door) Bestaat de grens tussen deze landen uit een rivier van een kleine kilometer breed, de Marowijne. Dus een bootje (kano met bb-motor) in en naar Suriname. Daar bleek bij de immigratiepost dat we toch echt een uitreisstempel voor Frans-Guyana nodig hadden en dus weer terug in een bootje, stempel halen en wederom in een bootje de rivier over. De Marowijne kennen we nu…

2,5 uur taxi later stonden we in Paramaribo. Nederlandse straatnaambordjes, ouderwets aandoende uithangborden van bijvoorbeeld Rijwielhandel de Graaf, houten huizen, wit met groen, af en toe een stenen huis ertussen wat met hetzelfde gemak in hartje Delft zou kunnen staan. Sommige huizen totaal vervallen (zoals het houten gebouwtje dat het ministerie van volkshuisvesting huisvest!) en anderen prachtig gerestaureerd. Als ik het zou moeten omschrijven dan lijkt het nog het meest op een openluchtmuseum van de jaren ‘50. In één van die huizen vonden we een herberg waar we wel een nachtje konden slapen. Direkt nadat we onze tassen hadden neergezet zijn we te voet Paramaribo gaan verkennen. Geweldig, een feest der herkenning met caraïbisch tintje. Hotel Krasnapolsky!, Hollandia Warme Bakker (met krentebollen in de aanbieding), Pannekoeken- en Poffertjeshuis (Ik weet het Pannenkoeken, maar de nieuwe spelling is niet overal doorgedrongen…), raspatat met kaassoufflé, Cafe ‘t VAT en ga zo maar door. Natuurlijk voor de meesten van jullie heel normaal, maar na een jaar rijst met bonen is een broodje ouwe kaas een tropische verrassing! Maar naast deze “hollandse” dingen ook de surinaamse kant, roti-restaurants, rastafari’s met illegale DVD’s, linksrijdende auto’s, javaanse eettentjes op straat, fernandes-ijs en zon. Nou ja zón, de eerste dagen hadden we ook echt hollands weer. Regen, regen en nog eens regen.

Maar er moest natuurlijk meer gezien worden dan alleen Paramaribo. Na veel wikken en wegen, plannen en lezen hadden we een vol programma voor de ons resterende tijd. We wilden onze dagen in Suriname zo vol mogelijk proppen om zoveel mogelijk te zien en nog niet met naar huis gaan bezig te zijn. Niet dat we dat niet willen, maar er op zitten wachten is ook niks waard. Dus: Met een vliegtuig(je) de jungle in naar de Ralleighvallen. 3 miljoen voetbalvelden ongerepte natuur waar volgens onze gids niemand in woont (voor zover we weten, zei hij er direkt achteraan). Na een wandeling van een paar uur door het oerwoud (achter een bosneger met een machete aan, die overigens wel een graad in de ecologische biologie bezit) stonden we bovenop een granieten berg van 200 meter, de Voltzberg. Hier konden we 360 graden rond kijken en hebben we in ieder geval geen sporen van enig menselijk ingrijpen kunnen zien, op het kleine vliegveldje en de hut waarin we sliepen na. En ver kijken konden we, kilometers jungle die er vanaf hoogte uitziet als een krop brocoli. Een enorme krop brocoli.  We logeerden op een eilandje in de Coppenamerivier waar we dagelijks begroet werden door kleine aapjes die de banaan uit onze hand aten, waar we volop toekans, ara’s en andere papegaaien zagen, waar we brulapen eerst hoorden en dan zagen. Waar de vogelspinnen rondkropen, hele bijzondere kikkers, rupsen en andere kleine beestjes leefden. 5 minuten van een rivierstrandje waar je lekker kon zwemmen (als het droog was, want ook hier regende het meer wel dan niet). Uitstekende plek om 4 dagen door te brengen. Zo maagdelijk hadden we het regenwoud nog niet gezien.De wandelingen werden wel twee keer zo lang omdat Nienke graag van ieder beestje z’n biografie wil weten en de gids daar gretig op in ging.
Terug in Paramaribo konden we een kort nachtje slapen en melden ons om 8 uur de volgende ochtend alweer op het kantoor van een tour-operator voor ons volgende avontoer. Met een busje wat het na een uur begaf, maar na anderhalf uur werd vervangen de brownsberg op waar we halverwege vast kwamen te staan in de modder, waar we een uur later pas weer uit waren. Maar om 4 uur (geplande tijd 11 uur, maar ja, je bent in Suriname hè) waren we dan boven op de Brownsberg. Een natuurreservaat met wandeltochten door de jungle, langs watervallen en een prachtig uitzicht op het Brokopondo-stuwmeer. Onze reisgenoten (1 italiaan, 2 fransen en een irritante spanjaard) waren wat minder gecharmeerd van het oponthoud en bleven maar klagen over de beroerde service. Okee, zij hadden maar 1 dagje en wij 4, maar ja, je bent in Suriname hè. Het uitzicht was wat mistig, het was nog steeds erg regenachtig, maar desalniettemin bijzonder. Het stuwmeer is in 1964 gebouwd, maar de bomen die ooit op de plek van het water stonden steken er nog steeds bovenuit. Allemaal kale takken bedekken hele stukken van het meer. Dat surinaams hout niet werkt wisten we al, maar dat het zelfs na 50 jaar onderwater nog steeds niet is weggerot verklaart de enorme houtconcessies die China hier heeft en ook de illegale houtkap die je overal om je heen ziet gebeuren. Nee, hier zijn ze er nog niet wat verantwoord bosgebruik betreft… Na een nachtje op de berg, in een hangmat geslapen, maar heerlijk gegeten, want we hadden natuurlijk wel een kok bij ons, nog een wandeling en weer de berg af met de bus waar we (heel vervelend…) afscheid namen van onze 4 zuid-europese medereizigers die werden vervangen door 4 noordeuropese hollanders. Dat was een goeie ruil. Met hen hebben we nog twee nachten heerlijk op het eilandje Kininie Paati op de Boven-Suriname rivier doorgebracht. Dit bereik je alleen door vanaf Paramaribo 4 uur te rijden over de Bauxietweg. Dat is 4 uur hobbelen en stuiteren. En dan nog een klein uurtje met een snelle korjaal (kano met bb-motor) verder de rivier op. Onderweg zie je dan al langs de rivier allerlei Marrondorpen. Dorpen met afstammelingen die ooit van de plantages gevlucht zijn het ondoordringbare oerwoud in en daar nog steeds leven alsof er sinds het begin van de jaartelling niets gebeurd is in de wereld. Als je naar de mensen kijkt zou je net zo goed in donker-afrika kunnen zitten. Vrouwen slechts gekleed in een felgekleurde rok, met de tieten op de knieën die in de rivier aan het (af)wassen zijn, jongetjes die poedelnaakt eromheen zwemmen. Houten hutjes met daken van palmentakken met houtvuurtjes om te koken. Heel primitief, heel mooi. Drie van die dorpen hebben we bezocht. Sommige dorpen, zoals Gunsi, zijn niet door het christendom beïnvloed (maar wel door Coca-Cola en door Nokia) en anderen, zoals Nieuw Aurora en Jaw-Jaw, wel. Dit houdt in dat er aan de waterkant een kerk staat en dat de school de Pater weet-ik-veel school heet, maar dat daarachter de traditionele, afrikaanse rituelen met medicijnmannen en winti nog gewoon plaatsvinden. Een erg bijzonder bezoek. Maar soms wordt de idylle doorbroken wanneer je zoals te doen gebruikelijk bij een bezoek aan een dorp eerst het opperhoofd (de kapitein) gaat begroeten en je in de schaduw van een rieten hutje alleen een gebit ziet dat zich voorstelt als BERT en zich vervolgens excuseert omdat ie z’n beltegoed even moet opladen… En ook de plek waar we tussen de bezoeken door zaten was heerlijk. Een kleine houten lodge met z’n zessen en een overdekte plaats waaronder we kookten, nou ja de kok dan, en aten. Dat alles met uitzicht op de Suriname rivier waarin we ook zalig konden baden en lekker in het gras konden liggen. Een geweldige afsluiting van onze reis.

Terug in Paramaribo hebben we nog een fietstocht langs de plantages aan de Commewijne-rivier gemaakt. Mooi om zo op de fiets de historie te zien. En gelukkig ook nog heerlijk weer, de afgelopen paar dagen waren een stuk beter dan de eerste. En nu zijn we aan de terugreis. Weer terug naar Brazilië om vanuit Sao Paolo terug te vliegen en daar zitten we nu op het vliegveld ons laatse verslag vanuit Zuid-Amerika te typen. Morgen zijn we weer in Nederland. Een beetje zenuwachtig zijn we wel eerlijk gezegd. Hoe zal het daar zijn, wat is er veranderd en wat niet. Wat gaan we doen. Pfff, best spannend.

Maar mooi was het.

Tot zo! Nienke en Jorisjan