Zo rij je door dorpjes met huisjes van bordkarton, afgewerkt met roestige golfplaat, omringd door de vuilnis en uitwerpselen van de bewoners, je auto van links naar rechts slingerend om gaten en kuilen te ontwijken, alsmede overstekende kippen, koeien en kleine blote meisjes…. En zo rij je een stad binnen met een skyline waar New York nog aan kan tippen, iedere vierkante meter bezet door een minimaal 140 verdiepingen tellend kantoorgebouw, mega-malls, Mac’s/Burger Kings/Pizza Hutten/Dunkin’ Donuts/en meer van dat soort “comida rapida”. Boulevards en avenues met zeker 6 rijstroken, allemaal bezet door de meest moderne SUV’s, porsches, BMW’s, lexussen (of is het lexi?) en af en toe een verdwaalde maseratti…en een klein zwart kevertje uiteraard. Panama City, eindbestemming van deze rit.
We hadden de keus:
1.Doorrijden. Door de Dariënkloof naar Colombia, ongeveer het gevaarlijkste ritje wat je kunt bedenken en daarnaast niet geschikt voor ongepantserde 2-wiel aangedreven dinkey-toys. ->Geen optie.
2.De auto in een container, verschepen naar Ecuador, zelf daarheen vliegen en weer verder scheuren. Kosten minimaal €1000,-, hier in Panama en dan weten we nog niet wat ons te wachten staat in Ecuador. Daarnaast zelf alle papierwerk en voorzieningen moeten regelen (wist je dat je apart een oprit moet bestellen om je auto in een container te rijden? En ook weer één voor eruit!) ->Mogelijkheid, maar te duur.
3.Auto verkopen, geld in de broekzak en vliegen naar Colombia en verder reizen met vliegtuigen en bussen. ->Goed plan! (nou nog de uitvoering)
Het besluit éénmaal genomen, we verkopen ‘em, kwam het aan op de uitvoering. Informatie zoeken, navraag doen. Wat blijkt: we hadden geen beroerder land kunnen kiezen om een auto te verkopen. Ik heb nl. bij binnenkomst een stempel in mijn paspoort gekregen waarop (blijkbaar, in hele kleine lettertjes) staat dat ik het land niet mag verlaten zonder de auto. Okee, uitdaging. Maar we hadden in zoverre geluk dat de eerste 2ehands-auto dealer waar we navraag wilden doen, toevallig de vice-president van de Volkswagen Club Panama was. Hij verwees ons naar iemand die er echt verstand van had en zo stonden we 10 minuten na ons besluit de auto te verkopen bij een man (de President van diezelfde club) die zijn garage en tuin vol had staan met kevers in de meest uiteenlopende verschijningsvormen. Zeker 15 verschillende. Hij vertelde ons wat de opties waren en daar werden we niet blij van. Invoeren (minimaal €600,-) of afvoeren (€250,-) en in beide gevallen was ik van m’n reisplanbelemmerende stempel in m’n paspoort af. Een gezonde dosis wantrouwen tegen 2ehands-auto dealers deed ons besluiten nog even verder informatie in te gaan winnen. De beste man had vast gelijk, maar wilde natuurlijk ook de kans niet ontlopen op een goedkope manier via een paar onnozele toeristen een volgend exemplaar aan zijn al omvangrijke verzameling toe te voegen. En wat voor exemplaar! Ondertussen hebben we een “corredor de aduanas” in de arm genomen die ons door het proces van importeren heen loodst. Allereerst moesten we de waarde laten bepalen door de douane, teneinde te kunnen berekenen hoeveel importheffing we moeten betalen. Dit bracht ons weer op een plek waar je anders nooit zou komen (of zou willen komen…) Dat is ondertussen al 3 dagen geleden, maar ze zijn er nog niet uit hoeveel de auto waard is, we moeten nog 2 dagen wachten.
Ondertussen staan de mensen, letterlijk, te dringen om de auto te kunnen kopen. Zeker nu het personeel van het hostel waar we zitten gisteren in een spontane actie besloot dat de auto wel een wasbeurt kon gebruiken. Hij staat nu te blinken op de stoep en om de haverklap komen mensen vragen naar señor Joris om de auto te bekijken.Ook tijdens het rijden door de stad worden we steeds nageroepen om de prijs en delen we voortdurend foldertjes uit met het telefoonnummer van het hotel, zodat ik ook nog eens om de haverklap naar de telefoon moet om in mijn beste spaans uit te leggen dat ik eerst moet weten hoeveel belasting we moeten betalen, voor we de definitieve prijs weten. Sommigen gaan zover dat ze elke dag even bellen én langskomen om zeker te weten dat ik ze niet vergeet. Ze willen zelfs de dollartekens van de ramen afvegen… Wordt vervolgd.
Tot slot nog even het volgende. Als je Panama-City binnenrijdt weet je niet wat je overkomt, zo schreef ik hierboven al. Maar het meest indrukwekkend is toch wel dat je vlak voor je de stad binnenkomt via een grote brug het Panamakanaal over rijdt. (Ik zit nog te denken om dit verhaal Panamak-anaal te noemen, dan krijgen we meer hits op google…) Ongelooflijk indrukwekkend. Ongeveer zoiets als de eiffeltoren voor het eerst in het echt zien, je kent het van de plaatjes, maar live doet het iets met je. Gisteren zijn we naar de Miraflor Sluizen gereden en hebben daar vanaf het uitkijkpunt, midden in de sluizen, de boten het Panamakanaal op en af zien varen. Wauw. Er was tevens een splinternieuw museum met bijzonder interessante informatie en materiaal. Echt helemaal te gek om in het echt te zien.
We houden jullie op de hoogte wat betreft de auto en het vervolg van deze reis en lezen met heel veel plezier jullie reacties en mails.
Senõr Jorís