Ecuador deel 2 
vrijdag, augustus 24th, 2007
Dag allemaal!
Een verhaaltje vanuit Vilcabamba, een klein dorp in het zuiden van Ecuador waar, zoals de verhalen gaan, de mensen boven de 100 worden! Of het de gezonde berglucht is of de cactus met hallucinerende werking, ik weet het niet maar het is wel een erg gezellig plaatsje met 1 kerk (en da´s bijzonder hier), 1 plein, wat winkeltjes, restaurantjes en een hele mooie omgeving. Fijn dus om na een paar dagen veel gereisd te hebben even te blijven en plannen te maken voor Peru.
Na Quito hebben we eerst Baños bezocht. De naam zegt het al, “baden”. Omdat Joris nogal snotterig en het weer nogal kil was dachten we in deze met “natuurlijk, helend, mineraalrijk bla bla” water gevulde baden te genieten. Nou dat was rap over. Om eerlijk te zijn; we hebben de baden helemaal niet meer gezien, want na de verhalen van 1 van de deense meiden die we hier weer tegenkwamen, was Joris genezen en had ik het ineens heerlijk warm… Mensen van ver schijnen hierheen te komen met hun zweren, ongewassen berglichamen enz. om “geheeld” te worden. De baden zijn klein, het water is bruin, de plek is vies en..nou ja, dus niet bepaald wat wij in gedachten hadden. Dan maar de heerlijke hete douche in het hostel!
In de omgeving van Baños hebben we een mountainbiketocht gedaan. Heerlijk bergafwaarts, zo nu en dan remmen voor een waterval, je benen omhoog doen door een tunnel met water, stoppen voor foto´s en dat 17 km lang! Zo nu en dan moesten we wel even trappen en mocht je denken “maar je moet toch weer terug naar boven?” ja, maar daar hebben ze een heel mooi systeem voor. Met je fiets in een pickuptruck. Voor die anderhalve dollar gaan we echt niet weer omhoog fietsen! De watervallen waren erg mooi. Bij één kon je met een bakje aan een kabelbaan over het ravijn naar de waterval en bij de grootste genaamd “El Pailon del Diablo” hebben we een wandelingetje gemaakt en wat gegeten. Een mooi dagtochtje.
Vanaf Baños zijn we naar Riobamba gegaan om vanaf daar op de beroemde trein naar “El Nariz del Diablo” (de duivelsneus) in Alausi te stappen. Deze trein bleek pas vanaf Alausi te gaan en we moesten hier de volgende ochtend om 7 uur met de bus naartoe. Een lang verhaal van een onduidelijk openbaar vervoerssyteem, maar uiteindelijk zaten we in de… dinkytoytrein. In de verste verte leek het (André, we zijn jaloers op je!) niet meer op de treinrit met stoere stoomlocomotief en wagons waarbij je op het dak zit om van de gevaarlijke rit langs ravijnen te genieten. Binnen een uur waren we klaar met dit ritje en beseften we dat het ons meer dan een dag heeft gekost om dit te doen. Ach, het uitzicht was nog steeds mooi en we hebben geen haast!
Cuenca was onze volgende stop, een prima stad waar we lekker hebben rondgelopen. De busrit naar Vilcabamba, waar we nu zitten, was ontzettend mooi. Ik heb wat meer genoten dan Joris die dubbelgevouwen in het midden van de bus zat met steeds andere mensen op schoot en in z´n nek (ik zat ook dubbel maar had tenminste de hele weg een open raam en dezelfde man naast me..). De route ging door een erg groen berglandschap en was weer een avontuur op zich. Zoals we al vaker gemerkt hebben gelden op je ticket gekregen stoelnummers pas als er iemand om gaat vragen, met als gevolg een “stoeltje verwisselen” in de bus tot iedereen wel op z´n eigen nummer zit. Een zoveel uur durende busrit die over alle soorten wegen gaat die je kunt bedenken. Zand, half asfalt met losse stenen (zo te zien komt er nog wel eens wat naar beneden), 3-baans net nieuw asfalt.. we hobbelen rustig verder, zoals gewoonlijk overal mensen langs de weg met grote zakken, kleine kinderen, balen groen enz. oppikkend en afzettend. Dit alles onder het genot van een zuid-amerikaans deuntje of een vreselijk slechte spaanse film. Iedere bus heeft wel een tvtje. Op kotsen zijn de busproppers (de mannen die uit de busdeur hangen en zorgen dat de bus propvol komt) goed voorbereid. Gewapend met schoon zakje, servet en een frisruikende spray wordt de “kotser” geholpen. Stoppen doet de bus maar kort, je moet er in of uit springen wil je meedoen.. Zo kom je dan na een paar uur hobbelen met tintelende tenen uit de bus gerold op een nieuwe bestemming!
Het landschap dat we steeds om ons heen zien is ruig. Hoge bergen (4000-6000 meter)en het grootste gedeelte is onbewoond. Mensen wonen in kleine hutjes of huizen, soms van steen, maar vaak nog van leem gemaakt. Er wordt wel veel gebouwd. Overal lopen mensen in Andes-klederdracht. Om eerlijk te zijn meer dan ik verwacht had. Verschil in gebied of gemeenschap is te zien in het soort rok of blouse, maar bijna allemaal dragen ze een zwarte hoed. Vrouwen hebben vaak een lange vlecht op hun rug. Het eten is prima en de fruitjuices of batidos (met melk/yoghurt) zijn, naast een biertje en een wijntje natuurlijk, nog altijd heerlijk!
Na wat dagen hier in Vilcabamba, gevuld met wandelen in de bergen, relaxen, massage en plannen maken voor Peru, hebben we besloten om een uitdaging aan te gaan. We gaan via de alternatieve route naar Peru. Kleine busjes, pickuptrucks, stukje wandelen en dat verspreid over 2 dagen. Een uitdaging zoals in ons boek staat, maar het moet ons naar een mooi stukje Peru brengen. (www.kuelap.org)We gaan het morgen gewoon proberen!
Het blijft super alle mailtjes en reacties op onze verhalen te lezen, schrijf vooral ook over wat jullie doen, vinden we leuk om te horen!
hasta el proximo vez,
Nienke