Cuanto Cuesta

Archive for the ‘Chili’ Category

Patagonië

donderdag, december 13th, 2007

Kilometers maken, dat is het motto van de laatste twee weken. Reizen betekent beweging, je verplaatsen van A naar B en in Chili liggen A en B erg ver uit elkaar. Nou zijn er verschillende manieren om je te verplaatsen en we hebben een aantal middelen gebruikt. Ons vorige bericht was uit Valparaiso. Van daaruit hebben we een bus genomen, dwars door het Lake District, meer dan 1000 km. naar beneden naar Puerto Montt. Onderweg hadden we bedacht dat we wel eens met de boot verder zouden kunnen reizen naar beneden. In Puerto Montt kwamen we zaterdag aan en hebben we meteen twee bedden voor die maandg op de Navimag gereserveerd. De Navimag (www.navimag.com) is een vrachtschip dat zich naast het vervoeren van vracht naar het diepe zuiden van Patagonië heeft toegelegd op het meenemen van reizigers die ook die kant op willen en niet 3 dagen in de bus willen zitten. Maar daarover zodadelijk meer. Omdat we nog anderhalve dag over hadden voor de boot vertrok en Puerto Montt ongeveer net zo mooi is als het uitzicht in de metro van Parijs, hebben we meteen een bus verder genomen naar Castro op het bijzondere eiland Chiloé. Op dit eiland staan een stel bijzondere kerken en ze verkopen lekkere vis, maar voor de rest hebben we geen flauw idee wat je in godsnaam daar te zoeken hebt en waarom het zo hoog aangeslagen staat in de reisgidsen… Maar Nienke vond het zo leuk dat ze maandags, toen de boot een dag vertraging bleek te hebben er nog even een busreis van 7 uur tegenaan gooide om nog een keer terug te gaan naar dit prachtige dorp. (Okee, en ze had haar peruaanse bijna-alpacawollen sjaal laten liggen, die door dit busritje ineens 16 dollar en daarmee 2x duurder werd). Maar Dinsdagochtend mochten we aan boord en samen met zo’n 200 anderen begonnen we aan een 4 daagse reis dwars door de fjorden en kanalen van Patagonië en over de pacifische oceaan.

Wij hadden twee kooien onder in het ruim (volgens de omschrijving, maar bij nadere inspectie waren ze beter dan de duurdere prive-hutten) en het kan niet anders gezegd worden dan dat de bemanning erg z’n best deed om ons te vermaken. Naast 3 goede maaltijden per dag werden er voortdurend lezingen gehouden, films vertoond, muziek gespeeld en zelf een heuse bingo-avond georganiseerd. Het weer was wisselend en het ene moment hadden we prachtig uitzicht op de omgeving, op de bergen met sneeuw en de woeste eilanden en het andere moment was het zicht beperkt tot een paar meter zee om ons heen. Maar we hebben ons prima vermaakt aan boord, mede door onze medereizigers. Zo waren we in Castro al Jolinde (een oude bekende) en Fokke tegengekomen en op de boot hebben we gezellig geborreld, domino gespeeld en gekletst. De boot bracht ons op vrijdagmorgen vroeg in koud en winderig Puerto Natales. Het was maar goed dat we een kaart hadden die het tegendeel bewees anders waren we er zeker van geweest dat dit reeds het eind van de wereld was…

Hier was eerst Sinterklaas aan de beurt. Hadden we op de boot al een beetje 5 december mogen vieren in de vorm van de nederlandse Sándor die twee kilo snoepgoed had meegesjouwd en de hele boot van een sinterklaasgevoel voorzag. Het zou me niets verbazen als het volgend jaar in Chili een hit wordt die klaas! Maar wij vierden het aloud familiefeest via skype, webcam en e-mail. Zowel in Nederland als in Z-Amerika was enorm hard gewerkt om 10.000 fysieke kilometers weg te werken en een heus familiegevoel te creëren. Zo was er voor Jorisjan een website gemaakt met wikipedia/cuantocuesta-weetjes, kreeg Nienke digitaal de nieuwste CD van Anouk en werden er over en weer powerpoint-presentaties met kado’s uitgewisseld. Erg geslaagd allemaal!

Vanuit Puerto Natales kun je het nationaal park Torres del Paine bezoeken en na het inwinnen van wat informatie besloten we een tent, slaapzakken en matjes te huren,voor 4 dagen eten in te kopen en met de rugzak op zelf het park te gaan verkennen. In de bus er naar toe zaten Jolinde en Fokke met hetzelfde plan en zo belandden we met z’n vieren op de eerste camping van het park. Diezelfde dag nog 7 uur op en neer gelopen naar een uitzichtpunt onderaan de Torres del Paine, de rotsformatie waar het park naar is genoemd, en terug. ’s Avonds een kampvuurtje gemaakt en genoten van onze kant-en-klaar-pasta-maaltijd. Dag 2 alles ingepakt en wederom zo’n 7 uur gelopen naar de tweede overnachtingsplek. Het laatste stuk van deze wandeling werd spannend gemaakt door enorme windstoten waarbij we ons regelmatig aan een boom moesten vasthouden om niet van onze sokken gebalzen te worden. Geweldig. Verder adembenemende wandeling langs een knetterblauw meer, aan de voet van de Cuernos. Een granietformatie die de hele weg als een machtige hoorn boven ons uitstak. Aangekomen waren we uitgeput en na een heerlijke kant-en-klare-pasta-maaltijd wilden we alleen nog maar slapen. Jammer dat de harde ondergrond en de enorme windstoten ons dat onmogelijk maakten. Ze zeggen dat in het park het weer om de 5 minuten kan veranderen. Dat is vast waar, maar nu even niet. ’s Morgens 2,5 uur gelopen naar een uitzichtpunt boven in de Valle Frances, de wandeling meer dan waard. Langs riviertjes, door oeroud bos, langs een grote gletsjer. Heel indrukwekkend allemaal. Bovenaan moesten we ook weer 2 uur terug, maar terug op de camping hadden Nienke en ik nog energie teveel en hebben we de tent maar weer ingepakt en Jolinde en Fokke gedag gezegd en nog een twee uur gelopen naar een volgende camping. Daar hadden ze zelfs een restaurant en een winkeltje, dus voor we in de regen gingen koken en de tent opzetten hebben we eerst even genoten van een welverdiende warme chocomel/koud biertje (vul zelf maar in wie wat dronk) en zijn daarna heerlijk gaan slapen, wat nu een stuk beter lukte! De laatste dag wilden we, fanatiek als we zijn, nog op en neer lopen naar een gletsjes, uurtje of vijf. Maar de wind, regen en een gevoelstemperaruur van onder nul maakten ons minder fanatiek en we besloten huiswaarts te keren en in bad te gaan.

Zo gezegd zo gedaan en meteen de volgende ochtend, vanmorgen, donderdag, zijn we doorgegaan naar El Calafate, Argentinië, land nummer 15 van de trip. Je raadt het al, in de bus zagen we Jolinde en Fokke weer en zo eindigden we deze dag in hetzelfde hostel en zullen we morgen wel samen de gletsjers hier bezoeken voordat we dan toch echt een andere kant opgaan. Wij gaan de komende dagen door naar Ushaia, wat zelfs volgens de kaart het einde van de wereld is!

Hasta el proximo vez,  Nienke en Jorisjan

Van Peru en Paaseiland

donderdag, november 29th, 2007

Zo, het is even geleden dat jullie iets van ons hoorden, maar dat maken we nu meteen weer goed met een flink verhaal. We hebben natuurlijk ook twee keer zoveel meegemaakt, aangezien we voor het eerst in 9 maanden onze avonturen niet samen hebben beleefd. Op 9 november heb ik (Jorisjan) afscheid genomen van het weeshuis. Ze hadden heel wat georganiseerd, met een grote taart, slingers, liedjes, kadootjes en zelfs wijn bij de lunch. De kinderen en de vrijwilligers hadden allemaal dingetjes geschreven en getekend en ik werd even flink in het zonnetje gezet. In het weekend erna zijn we voor het eerst in een maand weer iets actiefs gaan doen. Vlakbij Arequipa ligt de Colca Canyon (slechts 5 uur met de bus…) De diepste canyon ter wereld, metertje of 3300. Hier hebben we een tocht van 3 dagen/2 nachten gedaan, naar wat dorpjes die erg afgelegen in de vallei liggen. Stevige wandeling, met name bergop de tweede dag. Nien voor het eerst op een muildier naar boven, en dat was één keer en nooit weer… jemig wat eng!
Het gebied is erg droog, ruig, onherbergzaam, zand en rots en af en toe een cactus, maar op de bodem van de canyon is een heerlijke oase, met zwembad en palmbomen. Tevens is de canyon het territorium van de condor. Een enorme vogel, die we ’s morgens veelvuldig zagen vliegen. Alleen was het dier jammer genoeg niet op de foto te krijgen!!

Op donderdag 15 november, ’s morgens heel vroeg ben ik met de bus richting Chili vertrokken. Eerst naar Arica, helemaal in het noorden van Chili met, niet onaardig, een kerk die door meneer Eifel (je weet wel, van die toren…) is ontworpen en gebouwd en dientengevolge dan ook helemaal (op de deur en het altaar na) van staal is. Dezelfde nacht nog verder naar Santiago, een kleine 30 uur verderop. Wat meteen opviel in Chili is dat jezelf niet zo opvalt omdat de Chileen veelal veel rijker én blanker is dan z’n bovenburen. Goed, 30 uur, 3 bussen en weinig slaap later was ik in Santiago de Chili. Hoewel ze me evenwel hadden kunnen blinddoeken en naar willekeurig welke europese stad kunnen brengen en ik had het ook geloofd. Goed geklede, blanke mensen. Spiegelende wolkenkrabbers afgewisseld door eind 19e -eeuwse, neoclassicistische gebouwen. Amerikaanse megamall’s en parijs’ aandoende klinkerstraatjes met gezellige straatverlichting. Ongelooflijk. Zo normaal eigenlijk. Behalve dan als je al 9 maanden in Latijns-Amerika zit. Zelfs de metro is net zo modern als die van Londen.

Maar goed, ik kwam voor Paaseiland en dinsdag 20 november vloog ik ’s morgens die kant op. 5 uur vliegen naar zo ongeveer het verst van alles afgelegen plekje op deze aardbol. 4000 kilometer van Chili en dezelfde afstand naar Tahiti. Nadat ik een overnachtingsplek had gevonden ben ik er maar meteen op uitgegaan om wat van die Moai (Dat zijn die enorme beelden) te gaan bekijken en het museum te bezoeken. ’s Avonds zo ongeveer de ver-ste en vers-te tonijn aller tijden gegeten. Ik weet nog steeds niet zeker of ‘ie al wel dood was toen ‘ie op m’n bord lag…
In het hotel bleek een groot aantal alleen-reizende jongeren te zitten (als ik mezelf daar nog toe mag rekenen) en ’s morgens aan het ontbijt aan een grote tafel werden er allerlei groepen gevormd om samen verschillende activiteiten te gaan doen voor die dag. En de dagen daar zijn lang. Hoewel we ontbeten om een uur of 9, bleven we vaak zitten tot 12 voor we wat gingen doen. Maar door een rare kronkel in de tijdzones blijft het met gemak tot 9 uur ’s avonds warm genoeg om op het strand te liggen en gaat tegen 10 uur de zon pas zakken. Vaak zat ik pas om 11 uur aan het avondeten. De eerste hele dag heb ik gehiked, zo’n 7 uur, eerst vulkaan op en later naar een mooi afgelegen plekje met wat kleinere Moai.
De tweede dag hebben we een 4×4 gehuurd en zijn we met z’n vieren naar de andere kant van het eiland gereden, naar een gebied waar bijna nooit iemand komt, ook een oude vulkaan. Hier hebben we eerst een stevige wandeling gemaakt en daarna zijn we naar het afgelegen strand van Ovahe gegaan om te zwemmen. Toen de zon daar achter de rotsen verdween zijn we naar het enige andere strand gereden en hebben daar tot een uur of 9 liggen luieren. De dag erna heb ik gedoken. Enorme ruige zee, heel veel wind en alleen al de boottrip naar de duikplek was een belevenis. Het water had meer kleuren blauw dan ik ooit ergens heb gezien. Het leek wel een pot kobaltblauwe ecoline waar we indoken. Maar onderwater was het zo enorm helder. Je kon zeker 30 meter kijken. (Toch 29,9 meter verder dan in de IJssel).
Zaterdag heb ik een grote crossmotor gehuurd en ben ik het hele eiland van boven naar onder en van links naar rechts over gescheurd. Moest alleen steeds stoppen om weer een foto te nemen van Moai of andere mooie dingen. Erg mooi was de vulkaan waar alle beelden ooit zijn gemaakt en er nog een stuk of 300 liggen/staan, in verschillende stadia van ontbinding of creatie. Ongelooflijk. En nog mooier is dat eigenlijk niemand weet waar de beelden ooit voor dienden. Er zijn wel verschillende theorieën, maar het zijn allemaal gissingen. Maakt het wel mystiek en mysterieus allemaal. Het was echt prachtig om daar te zijn. Iedere dag was er wel weer iets waar je stil van werd. Waar je gewoon ging zitten en kijken. Op de meeste plekken was je sowieso alleen. Heerlijk. De motor heb ik een dagje extra gehouden om nog even lekker te scheuren en foto’s te nemen, maar de laatste dagen was het erg grijs en regenachtig. Zaterdagavond ben ik met een chileen en een duitser luxe uit eten geweest in een restaurant aan de haven, waar we de meest verse mosselen, kokkels, garnalen, vissen en rape-rape hebben gegeten. Weggespoeld met voldoende witte wijn om de motor terug te moeten duwen naar het hotel. Zondag vloog ik alweer terug naar Santiago. Nog een laatste maaltijd met wat mensen die ik daar had ontmoet en rap naar bed.

Maandagavond kwam Nienke alweer en kunnen we gelukkig weer samen genieten van Chili. Zoals nu in Valparaiso. The place to be in Chili, zeggen ze, maar wij moeten nog uitvinden waarom.

Hola!
Eindelijk weer online. Ik heb niet zoveel nieuwe dingen gedaan als Joris de afgelopen 2 weken, maar ik heb zeker nog met veel plezier gewerkt in het weeshuis. Van de peruviaanse vrijwilligers zijn er 3 weggegaan en dit was te merken. In eerste plaats doordat er niet meer werk te doen was, blijkbaar kun je de werkzaamheden toch effectiever verdelen (wat wij steeds al zeiden) en ten tweede doordat de overgebleven Peruviaanse tia’s wel erg moe waren. Wij zijn er natuurlijk overdag maar op de erg vroege en late uurtjes waarin kinderen je nodig hebben niet…
In tegenstelling tot de eerste weken heb ik deze laatste 2 weken de vroege dienst gedaan, van 8.30 tot na lunch. Dit is een ruim begrip want als het goed liep aten we netjes om 1 uur, maar zoals nu werd het vaak 2 uur voor we aan tafel gingen.
Deze vroege dienst betekende vooral het verzorgen van de kleinsten. De twee babies die jullie al kennen en een nieuw 10 maanden oud kereltje. Hij is achtergelaten in een park in Arequipa en heeft op de voorpagina’s van de lokale krant gestaan. Het probleem bij dit manneke was dat hij niet alleengelaten wilde worden. De eerste dagen dus alleen maar in armen van tia’s en ik heb hem uit ellende maar op mijn rug geknoopt (zo doen ze dat hier toch???) om zelf nog wat te kunnen doen en om hem in slaap te laten vallen. Nu, 2 weken later gaat het al beter, maar wij denken dat zijn verlatingsangst niet van 1x achterlaten komt.
Ondanks de relatief korte tijd dat we in deze “Casa Hogar” hebben gewerkt, heb ik het idee dat we heel wat bereikt hebben. Misschien omdat we één van de eerste vrijwilligers waren, misschien omdat we echt wat te bieden hebben. Ik kan een boel dingen noemen waarin verschillende kinderen gegroeid zijn. Zoals we verteld hebben, waren er een paar kinderen waarvan Lilian ons gevraagd had om ons op te richten en over deze kinderen heb ik een verslagje geschreven. Dit schrijvend realiseerde ik me dat er daadwerkelijk vooruitgang is bij de kinderen en dat is erg mooi om te zien. Bijvoorbeeld Jazmin die nu kan draaien en zitten, Carlos die de kleuren kent en (hoop ik) wat meer snapt van het sociale gebeuren, Yonayker waar we weinig verandering in hebben gezien maar die helemaal gek was van Joris (en andersom). Ook vond ik het leuk om te merken dat ze iedere dag nog naar tio Joris vroegen en iedere nieuwe man ook “tio Joris” noemden.
Waar ik de laatste week zelf erg van heb genoten is te zien hoe Jhon is gaan praten. Elke ochtend te worden begroet met “tia Nienke!!!” is toch heel leuk. Elke dag deed ik taaloefeningen met hem en als hij mijn kaarten zag begon hij al te glunderen. Helemaal trots op zichzelf. Goedzo! Wel typisch van hier maar erg frustrerend vond ik dat hij niet mee mocht met uitjes van school en dat de juf tegen me zei, toen ik vroeg waarom ze geen naar huis ga-liedje met hem deed, “hij praat toch niet….” JUIST DAN! moet je het doen wilde ik zeggen maar ja. Dat zijn dingen die je niet snel verandert. Wat we wel geleerd hebben hier is dat ook al zie je dingen anders en denk je het beter te weten, veel verander je niet. Gelukkig heb ik ze wel zover gekregen om de ramen bij de babies open te doen. 28 graden is toch niet echt gezond.
Mijn afscheid was lief, leuk en moeilijk. Liedjes door de kinderen, taart en zelfs een lied dat voor me werd gezongen door tia Eugenia. Ik had nog makkelijk een poos kunnen blijven, maar afscheid nemen komt toch een keer. Niet alleen het weeshuis, maar ook Arequipa is een plek waar ik graag terug zou komen. Tijdens ons verblijf hier hebben we onder andere gesponsord door te betalen voor de grote nieuwe kasten die ze graag wilden, bakken voor speelgoed en allerlei kleine dingen. En natuurlijk zijn ze nog niet van ons af.
Het laatste weekend inpakken en ook ben ik nog gezellig met de mensen die we hebben leren kennen uitgeweest, voordat ik zondagochtend met de bus naar de grens ging om dezelfde route als Jorisjan te nemen naar Santiago. Ik zag erg tegen de lange busreis op omdat ik niet zo goed ben in slapen, maar omdat ik al zo belabberd was, viel het eigenlijk best mee.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik me even heb moeten zetten tot opnieuw reizen. Zeker op zo’n lange reis ben ik erachter gekomen dat ik liever langere tijd op een bepaalde plek zit en van daaruit dingen onderneem. Ergens blijven hangen doe ik makkelijker dan Joris, die al snel weer reisdrang heeft. Zoals hij het zegt “als de bus maar rijdt vind ik het prima”.
We zitten nu in Valparaiso en gaan de komende weken naar beneden door Chili en Argentinië om daarna weer naar boven te reizen naar Mendoza waar we met Jaap en Paula (Jorisjan zijn ouders) het nieuwe jaar zullen inluiden. Maar dat is nog 4 weken weg….daarvoor zullen we veel te vertellen hebben over Patagonië!

Jorisjan en Nienke