Carnaval…
dinsdag, februari 5th, 2008Den Bosch???Antwerpen???Venetië???Rio de Janeiro???Nee hoor, Salvador de Bahia is de plek waar het grootste carnaval ter wereld plaatsheeft. En wij zaten er middenin. Nou is uitleggen hoe dat is ongeveer net zo moeilijk als een pygmee leren hoogspringen, maar ik wilde toch een poging doen.
Laten we de beleving vertellen van rijk naar arm. En daarmee (helaas) deels ook van blank naar zwart. Als je voldoende geld hebt zit je op een camarote, dat is een tribune die langs het “circuit” staat. Die tribunes kosten al gauw 100 euro per dag, wel met gratis eten en drinken en muziek. Vanaf die tribunes kijk je dan neer op, of eigenlijk sta je oog in oog met bands/artiesten die op een vrachtwagen door de straat worden gereden. Nou ja gereden, de schildpadden op de Galapagos gingen sneller. Over het circuit dat slechts zo´n 4 kilometer is doen ze meer dan 4 uur! En dat terwijl deze vrachtwagens zijn voorzien van meer PK´s dan een Formule 1-wagen, alleen wordt al dat geweld omgezet in Watt’s. De vrachtwagen is eigenlijk één grote stapel speakers op wielen. Verder opgevuld met laser, licht en dat soort fratsen. Om die vrachtwagen heen lopen de mensen met iets minder geld. Die hebben door een shirtje te kopen het recht die dag met die wagen mee te lopen. Afhankelijk van de populariteit van de band op de vrachtwagen kan zo’n shirtje ook nog wel 70 euro kosten. Deze groep kan soms oplopen tot 10.000 mensen om één enkele vrachtwagen. Allemaal in hetzelfde shirtje, een mooi gezicht. Deze groep mensen, een “blok” genoemd wordt bij elkaar gehouden door een touw, gedragen door touwdragers, begeleid door touwstuurders, onder supervisie van de touwbewaking en dat is een hele klus, maar de mensen hebben het geld er voor over om bij een populair “blok” te mogen horen én je hebt iets meer ruimte dan de derde groep carnavalsvierders, de mensen die gewoon de straat opgaan en genieten van de wagens die langskomen en af en toe een stuk meelopen. Dan is er nog een vierde groep mensen aanwezig en dat zijn zij die of de eerste dagen proberen genoeg te verdienen om de laatste dagen mee te kunnen doen, of na drie dagen de rollen omdraaien en hun saldo moeten aanvullen. Dit kan op verschillende manieren. Als touwdrager bij een blok, zwaar werk, maar wel midden in de muziek en een zeker inkomen. Of als ambulante verkoper. Met piepschuimdozen gevuld met halve liters bier en ijsblokjes door de waanzinnige menigte sjouwen en verkopen. Of met satestokjes langs de routes staan. Of met een bak met kaas op een stokje en een pannetje met gloeiende kooltjes dwars door de mensenmassa lopen om ter plekke kaas voor je te grillen. Of door argeloze toeristen van hun portemonnee af te helpen natuurlijk. Hier dwars doorheen lopen veel, heel veel politieagenten in ganzepas het feestgedruis binnen de perken te houden. Zelfs de anti-terroristeneenheid heeft die dagen gewoon straatdienst, want ook de terroristen vieren feest.
En wij? Wij deden of we gek waren en gingen dwars tegen alle waarschuwingen in gewoon de straat op, soms even eng door het gedruk en gehos van duizenden brazilianen, maar meestal gewoon meehossend op de enorme dreunende samba’s. Niks meegenomen, alleen wat geld gestopt op een plek die weer een heel andere invulling geeft aan de term “rijk geslacht”. Niet dat veel geld nodig hebt, want een halve liter die langs loopt kost 80 cent en is nog ijskoud ook! 3 dagen hebben we het volgehouden op straat. Niet zoals de echte braziliaan, tot 7 uur ´s morgens, maar toch, we hebben ons best gedaan. De laatste karren vertrekken pas tegen enen en moeten dan nog 4 uur rijden naar het eind. Al met al zijn er (moeilijk in te schatten) ettelijke miljoenen mensen op straat. Er zijn 3 van dit soort optochten tegelijk aan de gang in Salvador. Naast nog her en der optredens en shows. Hoewel Brazilië het meest gemengde land tot nu toe is wat afkomst betreft, ze hebben hier alle 32 kleuren tussen Ronald Koeman en Clarence Seedorf, is Salvador de “zwarte” stad. Erg veel afrikaanse invloeden en dat merk je ook goed in de percussie en dans tijdens het carnaval. Hier geen zwaaiende pluimen op trillende billen zoals in Rio, maar trommels, drums en dat soort werk. (Ook wel veel trillende billen trouwens, maar dat is een ander verhaal). Eén blok is nog even het vermelden waard. De “Filhos de Ghandy” 60 jaar geleden opgericht als eerbetoon aan de grote Indiër. 13.000 mannen, allen gekleed in witte lakens met een handdoek om hun hoofd geknoopt die 1 groot blok vormen. En geheel de ascetische geheelonthouder indachtig lopen ze hier al zoenend en rokend met een halve liter bier door de straten te swingen….
Het was een poging tot verduidelijking. Als je er meer van wilt weten moet je er volgend jaar zelf heengaan, wij gaan met plezier met je mee!
Jorisjan