Cuanto Cuesta

Archive for november, 2007

Van Peru en Paaseiland

donderdag, november 29th, 2007

Zo, het is even geleden dat jullie iets van ons hoorden, maar dat maken we nu meteen weer goed met een flink verhaal. We hebben natuurlijk ook twee keer zoveel meegemaakt, aangezien we voor het eerst in 9 maanden onze avonturen niet samen hebben beleefd. Op 9 november heb ik (Jorisjan) afscheid genomen van het weeshuis. Ze hadden heel wat georganiseerd, met een grote taart, slingers, liedjes, kadootjes en zelfs wijn bij de lunch. De kinderen en de vrijwilligers hadden allemaal dingetjes geschreven en getekend en ik werd even flink in het zonnetje gezet. In het weekend erna zijn we voor het eerst in een maand weer iets actiefs gaan doen. Vlakbij Arequipa ligt de Colca Canyon (slechts 5 uur met de bus…) De diepste canyon ter wereld, metertje of 3300. Hier hebben we een tocht van 3 dagen/2 nachten gedaan, naar wat dorpjes die erg afgelegen in de vallei liggen. Stevige wandeling, met name bergop de tweede dag. Nien voor het eerst op een muildier naar boven, en dat was één keer en nooit weer… jemig wat eng!
Het gebied is erg droog, ruig, onherbergzaam, zand en rots en af en toe een cactus, maar op de bodem van de canyon is een heerlijke oase, met zwembad en palmbomen. Tevens is de canyon het territorium van de condor. Een enorme vogel, die we ’s morgens veelvuldig zagen vliegen. Alleen was het dier jammer genoeg niet op de foto te krijgen!!

Op donderdag 15 november, ’s morgens heel vroeg ben ik met de bus richting Chili vertrokken. Eerst naar Arica, helemaal in het noorden van Chili met, niet onaardig, een kerk die door meneer Eifel (je weet wel, van die toren…) is ontworpen en gebouwd en dientengevolge dan ook helemaal (op de deur en het altaar na) van staal is. Dezelfde nacht nog verder naar Santiago, een kleine 30 uur verderop. Wat meteen opviel in Chili is dat jezelf niet zo opvalt omdat de Chileen veelal veel rijker én blanker is dan z’n bovenburen. Goed, 30 uur, 3 bussen en weinig slaap later was ik in Santiago de Chili. Hoewel ze me evenwel hadden kunnen blinddoeken en naar willekeurig welke europese stad kunnen brengen en ik had het ook geloofd. Goed geklede, blanke mensen. Spiegelende wolkenkrabbers afgewisseld door eind 19e -eeuwse, neoclassicistische gebouwen. Amerikaanse megamall’s en parijs’ aandoende klinkerstraatjes met gezellige straatverlichting. Ongelooflijk. Zo normaal eigenlijk. Behalve dan als je al 9 maanden in Latijns-Amerika zit. Zelfs de metro is net zo modern als die van Londen.

Maar goed, ik kwam voor Paaseiland en dinsdag 20 november vloog ik ’s morgens die kant op. 5 uur vliegen naar zo ongeveer het verst van alles afgelegen plekje op deze aardbol. 4000 kilometer van Chili en dezelfde afstand naar Tahiti. Nadat ik een overnachtingsplek had gevonden ben ik er maar meteen op uitgegaan om wat van die Moai (Dat zijn die enorme beelden) te gaan bekijken en het museum te bezoeken. ’s Avonds zo ongeveer de ver-ste en vers-te tonijn aller tijden gegeten. Ik weet nog steeds niet zeker of ‘ie al wel dood was toen ‘ie op m’n bord lag…
In het hotel bleek een groot aantal alleen-reizende jongeren te zitten (als ik mezelf daar nog toe mag rekenen) en ’s morgens aan het ontbijt aan een grote tafel werden er allerlei groepen gevormd om samen verschillende activiteiten te gaan doen voor die dag. En de dagen daar zijn lang. Hoewel we ontbeten om een uur of 9, bleven we vaak zitten tot 12 voor we wat gingen doen. Maar door een rare kronkel in de tijdzones blijft het met gemak tot 9 uur ’s avonds warm genoeg om op het strand te liggen en gaat tegen 10 uur de zon pas zakken. Vaak zat ik pas om 11 uur aan het avondeten. De eerste hele dag heb ik gehiked, zo’n 7 uur, eerst vulkaan op en later naar een mooi afgelegen plekje met wat kleinere Moai.
De tweede dag hebben we een 4×4 gehuurd en zijn we met z’n vieren naar de andere kant van het eiland gereden, naar een gebied waar bijna nooit iemand komt, ook een oude vulkaan. Hier hebben we eerst een stevige wandeling gemaakt en daarna zijn we naar het afgelegen strand van Ovahe gegaan om te zwemmen. Toen de zon daar achter de rotsen verdween zijn we naar het enige andere strand gereden en hebben daar tot een uur of 9 liggen luieren. De dag erna heb ik gedoken. Enorme ruige zee, heel veel wind en alleen al de boottrip naar de duikplek was een belevenis. Het water had meer kleuren blauw dan ik ooit ergens heb gezien. Het leek wel een pot kobaltblauwe ecoline waar we indoken. Maar onderwater was het zo enorm helder. Je kon zeker 30 meter kijken. (Toch 29,9 meter verder dan in de IJssel).
Zaterdag heb ik een grote crossmotor gehuurd en ben ik het hele eiland van boven naar onder en van links naar rechts over gescheurd. Moest alleen steeds stoppen om weer een foto te nemen van Moai of andere mooie dingen. Erg mooi was de vulkaan waar alle beelden ooit zijn gemaakt en er nog een stuk of 300 liggen/staan, in verschillende stadia van ontbinding of creatie. Ongelooflijk. En nog mooier is dat eigenlijk niemand weet waar de beelden ooit voor dienden. Er zijn wel verschillende theorieën, maar het zijn allemaal gissingen. Maakt het wel mystiek en mysterieus allemaal. Het was echt prachtig om daar te zijn. Iedere dag was er wel weer iets waar je stil van werd. Waar je gewoon ging zitten en kijken. Op de meeste plekken was je sowieso alleen. Heerlijk. De motor heb ik een dagje extra gehouden om nog even lekker te scheuren en foto’s te nemen, maar de laatste dagen was het erg grijs en regenachtig. Zaterdagavond ben ik met een chileen en een duitser luxe uit eten geweest in een restaurant aan de haven, waar we de meest verse mosselen, kokkels, garnalen, vissen en rape-rape hebben gegeten. Weggespoeld met voldoende witte wijn om de motor terug te moeten duwen naar het hotel. Zondag vloog ik alweer terug naar Santiago. Nog een laatste maaltijd met wat mensen die ik daar had ontmoet en rap naar bed.

Maandagavond kwam Nienke alweer en kunnen we gelukkig weer samen genieten van Chili. Zoals nu in Valparaiso. The place to be in Chili, zeggen ze, maar wij moeten nog uitvinden waarom.

Hola!
Eindelijk weer online. Ik heb niet zoveel nieuwe dingen gedaan als Joris de afgelopen 2 weken, maar ik heb zeker nog met veel plezier gewerkt in het weeshuis. Van de peruviaanse vrijwilligers zijn er 3 weggegaan en dit was te merken. In eerste plaats doordat er niet meer werk te doen was, blijkbaar kun je de werkzaamheden toch effectiever verdelen (wat wij steeds al zeiden) en ten tweede doordat de overgebleven Peruviaanse tia’s wel erg moe waren. Wij zijn er natuurlijk overdag maar op de erg vroege en late uurtjes waarin kinderen je nodig hebben niet…
In tegenstelling tot de eerste weken heb ik deze laatste 2 weken de vroege dienst gedaan, van 8.30 tot na lunch. Dit is een ruim begrip want als het goed liep aten we netjes om 1 uur, maar zoals nu werd het vaak 2 uur voor we aan tafel gingen.
Deze vroege dienst betekende vooral het verzorgen van de kleinsten. De twee babies die jullie al kennen en een nieuw 10 maanden oud kereltje. Hij is achtergelaten in een park in Arequipa en heeft op de voorpagina’s van de lokale krant gestaan. Het probleem bij dit manneke was dat hij niet alleengelaten wilde worden. De eerste dagen dus alleen maar in armen van tia’s en ik heb hem uit ellende maar op mijn rug geknoopt (zo doen ze dat hier toch???) om zelf nog wat te kunnen doen en om hem in slaap te laten vallen. Nu, 2 weken later gaat het al beter, maar wij denken dat zijn verlatingsangst niet van 1x achterlaten komt.
Ondanks de relatief korte tijd dat we in deze “Casa Hogar” hebben gewerkt, heb ik het idee dat we heel wat bereikt hebben. Misschien omdat we één van de eerste vrijwilligers waren, misschien omdat we echt wat te bieden hebben. Ik kan een boel dingen noemen waarin verschillende kinderen gegroeid zijn. Zoals we verteld hebben, waren er een paar kinderen waarvan Lilian ons gevraagd had om ons op te richten en over deze kinderen heb ik een verslagje geschreven. Dit schrijvend realiseerde ik me dat er daadwerkelijk vooruitgang is bij de kinderen en dat is erg mooi om te zien. Bijvoorbeeld Jazmin die nu kan draaien en zitten, Carlos die de kleuren kent en (hoop ik) wat meer snapt van het sociale gebeuren, Yonayker waar we weinig verandering in hebben gezien maar die helemaal gek was van Joris (en andersom). Ook vond ik het leuk om te merken dat ze iedere dag nog naar tio Joris vroegen en iedere nieuwe man ook “tio Joris” noemden.
Waar ik de laatste week zelf erg van heb genoten is te zien hoe Jhon is gaan praten. Elke ochtend te worden begroet met “tia Nienke!!!” is toch heel leuk. Elke dag deed ik taaloefeningen met hem en als hij mijn kaarten zag begon hij al te glunderen. Helemaal trots op zichzelf. Goedzo! Wel typisch van hier maar erg frustrerend vond ik dat hij niet mee mocht met uitjes van school en dat de juf tegen me zei, toen ik vroeg waarom ze geen naar huis ga-liedje met hem deed, “hij praat toch niet….” JUIST DAN! moet je het doen wilde ik zeggen maar ja. Dat zijn dingen die je niet snel verandert. Wat we wel geleerd hebben hier is dat ook al zie je dingen anders en denk je het beter te weten, veel verander je niet. Gelukkig heb ik ze wel zover gekregen om de ramen bij de babies open te doen. 28 graden is toch niet echt gezond.
Mijn afscheid was lief, leuk en moeilijk. Liedjes door de kinderen, taart en zelfs een lied dat voor me werd gezongen door tia Eugenia. Ik had nog makkelijk een poos kunnen blijven, maar afscheid nemen komt toch een keer. Niet alleen het weeshuis, maar ook Arequipa is een plek waar ik graag terug zou komen. Tijdens ons verblijf hier hebben we onder andere gesponsord door te betalen voor de grote nieuwe kasten die ze graag wilden, bakken voor speelgoed en allerlei kleine dingen. En natuurlijk zijn ze nog niet van ons af.
Het laatste weekend inpakken en ook ben ik nog gezellig met de mensen die we hebben leren kennen uitgeweest, voordat ik zondagochtend met de bus naar de grens ging om dezelfde route als Jorisjan te nemen naar Santiago. Ik zag erg tegen de lange busreis op omdat ik niet zo goed ben in slapen, maar omdat ik al zo belabberd was, viel het eigenlijk best mee.
Ik moet eerlijk zeggen dat ik me even heb moeten zetten tot opnieuw reizen. Zeker op zo’n lange reis ben ik erachter gekomen dat ik liever langere tijd op een bepaalde plek zit en van daaruit dingen onderneem. Ergens blijven hangen doe ik makkelijker dan Joris, die al snel weer reisdrang heeft. Zoals hij het zegt “als de bus maar rijdt vind ik het prima”.
We zitten nu in Valparaiso en gaan de komende weken naar beneden door Chili en Argentinië om daarna weer naar boven te reizen naar Mendoza waar we met Jaap en Paula (Jorisjan zijn ouders) het nieuwe jaar zullen inluiden. Maar dat is nog 4 weken weg….daarvoor zullen we veel te vertellen hebben over Patagonië!

Jorisjan en Nienke

Arequipa

vrijdag, november 2nd, 2007

Wat went dat geregelde leventje toch weer snel, krap 3 weken aan het werk en ik heb alweer zin in vakantie.

Nee hoor, gekheid, we werken iedere dag met erg veel plezier en het is eigenlijk jammer dat het volgende week alweer mijn laatste week is. We werken alleen wel heel erg hard en met daarnaast 3 x per week spaanse les en zeker 1 vergadering / vrijwilligers-bijeenkomst zijn we blij als we af en toe wat tijd voor onszelf hebben. Was de eerste week nog een beetje de kat uit de boom kijken., vanaf week 2 hadden we duidelijke doelen met een aantal van de kinderen die met name taal/spraakproblemen hebben (ik kan het ze niet kwalijk nemen, want ook wij krijgen dat spaans niet foutloos uit onze bek) en/of een behoorlijk beperkte motoriek. Wij proberen deze 3 kinderen iedere dag minimaal een half uur apart te nemen om diverse oefeningen met ze te doen. Ondertussen houdt dan de ander zich met de rest (slechts 12 stuks) bezig. De andere, peruaanse, vrijwilligers houden zich liever met koken (kost per maaltijd gemiddeld 3 uur met 3 personen), wassen (met 2 man, 3 uur) of andere huishoudelijke taken bezig. Daarnaast is aan Nienke gevraagd of ze zich bezig wil houden met de 6 maanden oude Jazmin, die een boel stimulatie op gehoorgebied en motoriek nodig heeft. Nou denken jullie natuurlijk dat het ouderwets peruaans sexisme is dat ze Nienke voor de baby´s vragen, maar niets is minder waar want de eerste paar uur van iedere werkdag hou ik me bezig met de was. Mocht ik in het begin alleen helpen, nu laten ze zelfs hun persoonlijke was voor me staan (daar trappen we dus niet in), aangezien ze erachter zijn gekomen (met wat europese hulp…) dat een wasmachine niet gewoon een hele grote teil is voor de handwas, dat 14 kg. betekent dat alles er in 1 keer in kan en niet hoe zwaar de machine is, en dat met een beetje systeem én gebruik van de wasmachine op een manier waarop dat bedoeld is het klusje door Tio Joris in een uurtje geklaard is. Dat geeft ons nog net genoeg tijd om wat te drinken, voordat onze eerste klanten thuiskomen.

Na de lunch hebben we dan tijd voor de overige kinderen. Huiswerk begint hier op je vierde. En dan hebben we het niet alleen over kleuren, knippen en plakken, maar 3 bladzijden rekensommen en 2 pagina´s schrijven. Met onze projectjes doen we dan wat oefeningen op de speelplaats op het dak, (tussen de luiers die daar dan hangen te drogen), of we zitten met ze op het kantoor, terwijl we de rest zo tactvol mogelijk verspreiden om hun huiswerk te kunnen doen én hulp te krijgen daarbij én niet afgeleid te worden door de anderen. Ja, ja, het leven van een kleuter in Peru valt niet altijd mee. Gelukkig hebben we al een aantal veranderingen erdoor gekregen, zoals het weghouden van de allerkleinsten uit de ruimte waar ook huiswerk wordt gemaakt en het uitdelen van ieder z´n eigen schrift en kleurtjes en potloden, zodat niet over ieder potlood of gummetje ruzie hoeft  te worden gemaakt. Langzaam maar zeker komen we er wel. Vanaf volgende week hebben we het voor elkaar dat er minder ¨westerse vrijwilligers¨ komen helpen met de was en de strijk. Daar hebben ze zelf ook wel talent voor. In plaats daarvan komen wij dan op de uren dat de kinderen als ongeleide projectielen door de best mooie, maar met 13 kinderen toch beperkte ruimte schieten. Ondertussen proberen we dan duidelijk te maken dat spelen met de kinderen leuk is én nuttig. Iets dat ze wel weten, maar nog niet ten uitvoer brengen.

Voor de rest hebben we weinig tijd om van de stad te genieten. Er loopt een grote rivier 100 meter van ons appartement, maar ik ben er nog niet geweest. ´s Avonds eten we een broodje en hebben we geen puf om uit eten te gaan. En afgelopen zondag zijn we op bezoek geweest bij de school waar we eigenlijk zouden gaan werken. Daar hielden ze en tombola voor een tweede verdieping. Er is namelijk iemand die van duizenden vierkante kilometers zand, stof en puin in de omgeving net de 25 meter wil waar 4 van de 6 lokalen van de school op zijn gebouwd en daar blijkens de rechter ook recht op heeft. De school ligt echt midden in… in niks eigenlijk. Zand, stof en een paar bakstenen huisjes met golfplaten erop. De peruaanse variant van onze Vinex-locatie is een zg. ¨pueblo joven.¨ Als er ruimte nodig is, bouwen ze een paar huisjes op een onbewoon-(de/bare) berghelling, zonder water, elektra, etc. Als ze dat twee jaar volhouden vindt de overheid het bewezen dat het bewoonbaar is en komen er langzaam nuts-voorzieningen. Het is aan particuliere initiatieven om scholen en ander door ons normaal geachte zaken te stichten en te onderhouden. Maar goed, de Tombola was een groot succes, met name door Nienke die met glinsteroogjes niet genoeg kon krijgen van de lootjes en een halve week huishoudgeld er doorheen heeft gejaagd…voor het goede doel. Alles aan kleren e.d. die we wonnen hebben we gehouden voor het weeshuis, het eten e.d. (veel prijzen waren zakken rijst/meel of pasta) hebben we ter plekke uitgedeeld aan wie het nodig had (iedereen had het nodig, dus de keuze was arbitrair, alleen de zeep was olfactorisch te bewijzen.

Tot slot beginnen we ons al echte peruanen te voelen, soms. Er zijn momenten dat we denken te verstaan wat de mannen die het openbaar vervoer regelen (vrij vertaald ¨schreeuwerds¨ genoemd) allemaal roepen, we kijken niet meer op als de armste kinderen in Esprit en Levi´s lopen, want dat maken ze aan de lopende band in het naaiatelier bij ons op de hoek, Als we een film willen kijken kopen we een dvd´tje  voor een dollar en als we een CD van de Beatles kopen kijken we niet raar op als nummers als ¨Hee Joed¨ of  ¨Jesterdee¨ op de achterkant vermeld staan. (Of ze ook op de CD zelf staan is altijd afwachten, maar meestal staat er zelfs meer op, want naast de Beatles wil je natuurlijk ook George Michael op dezelfde CD…)  Ja, ze maken hier alles na, maar zelfs ¨Meed In Chaina¨schrijven ze nog verkeerd!

Nou, ik ga op voor m´n laatste weekje en Nienke doet er nog twee achteraan. Zal best raar zijn om na 8 (ja, 8 alweer) maanden intensief op elkaars lip te hebben gezeten een paar weken op je eigen lip te moeten zitten, maar we zien wel hoe het gaat.

Groeten Jorisjan, ook van Nienke uiteraard.
p.s. Er staan foto´s op van het weeshuis en ons huisje!